• Berkum 8, achteraf

    Achteraf gezien had ik mij de trip naar Kampen kunnen besparen. Hoewel ik genoten heb van de fietstocht, was de wedstrijd dusdanig belabberd, dat ik met een kater thuis ben gekomen.

    Met de zon in mijn rug ben ik via ’s Heerenbroek en Wilsum naar Kampen gefietst. Een mooie route welke ook langs twee tegenstanders van onze sprotvrienden gaat. Op sportpark ‘de Maten’, bij vv Kampen, kon ik de wedstrijd gaan aanschouwen. Een strijd der titanen. Op de fiets had ik mij daar al een voorstelling van gemaakt. Een wedstrijd waar de vonken vanaf zouden vliegen. Een strijd met oogstrelend voetbal (is dat wel mogelijk: strijd en oogstrelend voetbal?), vele kansen en dito reddingen. Het is dat het kwik ruim de 28 graden aan heeft getikt, anders was ik van een koude kermis thuis gekomen.

    Bij de start zag ik dat leiderd Marco behoorlijk heeft moeten puzzelen om de voorhoede vorm te geven: “als je aanspeelpunt Robbie er niet is en de man in vorm, Jappie, ook niet, dan moet je gaan improviseren. We hebben het gemis opgevangen door onze nieuwe aanwinst Danny een linie naar voren te positioneren. Samen met Jordy moest hij het aanvalsduo gaan vormen. Dat is helaas niet uit de verf gekomen.” Marco heeft gelijk. Hij zou zijn woorden kracht bij kunnen zetten door aan te geven dat eigenlijk niets uit de verf is gekomen. Ik kan wel zeggen dat het gehele team door de ondergrens is gezakt. En dat is dan geen understatement. Dan kun je wel gaan proberen om het spel anders te gaan spelen door andere sportvrienden er in te brengen, echter die passen zich moeiteloos aan en worden ook een acteur in het opgevoerde drama.

    Ik vond de Kampenaren feller in de duels. Zij wilden, en dat straalden ze ook uit, koste wat kost de drie punten in Kampen houden. Zij gingen dan ook vol de duels in en dat dan ook nog eens met overtuigingskracht. Maar niet met echt goed voetbal. “We verloren ieder duel, de tweede bal was ook steeds voor hun. Gewoon frustrerend. Zo kom je niet tot voetballen toe.” Bassie is teleurgesteld. “Ik kan ook niet zeggen dat ik mezelf uit deze misère heb kunnen ontworstelen.” Hoewel teleurgesteld is hij wel realistisch. Hij deelde niet zo hard mee in de misère. Hij zag er dan ook niet goed uit bij 2 van de 4 doelpunten. 

    Achteraf praten is altijd makkelijk. Je mag best de onderliggende partij zijn, maar door collectief 110% te geven kun je misschien wel winnen. Echter als je dat al niet kunt opbrengen en je hebt ook nog eens geen uitstraling, dan hadden we beter met z’n allen kunnen zeggen: we reizen niet af naar Kampen en zij mogen zonder te spelen de drie punten bij hun totaal bij gaan schrijven. De sportvrienden hadden dan beter de gehele middag op terras kunnen gaan zitten.

    De terugweg heb ik maar de andere kant van de IJssel gepakt. Via Zalk, het dorp wat landelijke bekendheid kreeg door het Tv-optreden van de natuurkruidenvrouw Klazien Rotstein- van den Brink, beter bekend als Klazien uut Zalk, ben ik weer thuis gekomen. Ik was gefrustreerd en boos. Gewoon zwaar teleurgesteld in de sportvrienden. Dat uitte zich zelfs in mijn gedrag richting mijn vrouw. Ik heb de hele avond geen woord meer gesproken. Kon zelfs niet juichen bij de doelpunten van ‘onze oranje mannen’. Bah…

    “Roderick”