• Berkum 8, een sprookje

    Er was eens een sportploeg. Deze sportploeg kent zijn oorsprong in het buurtschap Berkum. Een groep jonge mannen (prinsen op het witte paard) welke worden aangevuld met een enkele ervaren senior. Iedere maandag komt een aantal sportvrienden bij elkaar om aan tactiek en techniek te werken. Op zaterdag moet deze, soms oogstrelende, tactiek en techniek te tonele gebracht worden. Dat doen deze sportvrienden op twee fronten: de reguliere competitie en de beker. Het sprookje gaat over deze laatste.
    Leidert Marco: “we gebruiken de wedstrijden in de beker in 1e instantie als oefenwedstrijden. Zo ook dit jaar. Tsja, als we dan op doelgemiddelde (2 doelpunten om exact te zijn) door mogen gaan, is dat mooi meegenomen.”

    Ook de overige wedstrijden in de beker worden met een positief resultaat afgesloten. Door deze overwinningen komt er een bepaald geloof in de groep, sommige noemen het ook wel een positieve fibe. Deze fibe heeft ook zijn weerslag in de reguliere competitie. Alleen ’s-Heerenbroek doorbreekt deze fibe, echter andere tegenstanders hebben geen oplossing gevonden om de fibe te doorbreken. Q: “we spelen de laatste weken vaak met een vaste basis. Deze basis wordt aangevuld met sportvrienden die er op dat moment ook zijn. Deze vaste basis zorgt wel voor vastigheid en betrouwbaarheid.”
    De groep sportvrienden stralen een bepaalde onoverwinnelijkheid uit. Deze onoverwinnelijkheid is ook gevaarlijk. De jonge prinsen moeten waken dat ze zich niet vergalopperen.

    Met een bijna volle selectie moeten ze naar Rijssen. In de beker hebben de sportvrienden de halve finale bereikt. Ook Roderick gaat daarheen en heeft zijn vrouw onderweg bij Otje van Potje afgezet. U weet wel, wij hebben een nieuw bankstel nodig. Terwijl mijn vrouw van bankstel naar bankstel sjokt, zit ik in de middagzon te genieten op een overvol sportpark de Koerbelt. Op dit sportpark treffen ze het 11e senioren elftal. Mark: “ik heb ff gegoogled en zie dat ze maar liefst 17 senioren elftallen hebben. Dat is pas een vijver waaruit je kunt vissen!”

    Er is spanning in de groep. Een gezonde spanning. Een spanning die menig sportvriend al lang niet meer heeft gevoeld. Of zelfs nog nooit heeft gevoeld. Rob: “ook ik heb er last van. Toch fijn om te ervaren dat dat gevoel nog ergens diep in mij zit.” De sportvrienden hebben afgesproken dat Rob de laatste wedstrijden onder de deklat gaat staan. “We hebben dan een betrouwbare sluitpost op de goal. Iemand die de achterste linie goed aanstuurt.” Leidert Marco is enigszins gespannen: “ik ben nog nooit zo ver gekomen. En als je er dan bent, wil je ook verder, door naar de finale.”
    De sportvrienden beginnen met de sterkst mogelijke opstelling. Echter, het wil niet vlotten. De sportvrienden kunnen niet dat spel op de mat leggen wat hen de laatste weken wel is gelukt. De rode shirtjes hebben een licht overwicht en drukken dat uiteindelijk ook uit in een voorsprong. “We spelen onnauwkeurig. Ballen over een paar meter komen niet aan of worden niet onder controle gebracht, wat maakt dat we te snel de lange bal gaan hanteren.” Q is lichtelijk gefrustreerd. “We hebben last van het harde grasveld, echter daar mogen we ons niet achter verschuilen. De tegenstander, die met 8 wisselspelers een overvolle bank hebben, heeft daar ook last van.”

    In de rust worden een paar harde woorden tegen elkaar uitgesproken en een wissel doorgevoerd. De neuzen staan weer de goede kant op.
    In de tweede helft zien we toch bijna het oude team terug. Men vind elkaar weer en via het betere kaatswerk wordt de voorhoede goed bereikt. “We kunnen zelfs het vijandelijke doel onder handen nemen, echter daar staat wel een keeper die verstand heeft van zijn vak.”
    Toch kunnen de sportvrienden de zo belangrijke ‘anschlusstreffer’ noteren. En daarop volgen nog een paar kansen. “Excelsior heeft op dat moment niets te vertellen. Wij kunnen het verschil alleen niet uitdrukken in doelpunten.” Rob, die bijna de gehele tweede helft met een zere knie keept, baalt enigszins. “Als bovenliggende partij moet je het dan afmaken. Dat is het enige wat we ons kwalijk kunnen nemen.”

    Iedereen langs de kant houdt gezien de tijd rekening met strafschoppen. “We hebben daar niet op getraind, maar ik ben al wel bezig om de eerste vijf namen op papier te zetten. Als ik bij de derde naam kom, kan ik het papiertje in de prullenbak gooien. In een van de laatste counters van Excelsior kan men het netje vinden. Een ontzettend mooi doelpunt moet gezegd worden, maar wel zeer frustrerend.” Leidert Marco kijkt bij het uitspreken van deze woorden zeer bedroeft. “We doen er alles aan om in de laatste minuten toch nog een gelijk spel op het scorebord te krijgen, maar uiteindelijk krijgen we de o zo hatelijke 0 op het rekest.”
    Na het laatste fluitsignaal ontstaat er een grote hoop met rode shirtjes en liggen de withemden verslagen op de grond. De sportvrienden waren er zo dicht bij…

    Het sprookje is uit. Hoewel de meeste sprookjes in mijn beleving altijd goed aflopen, heeft dit sprookje een einde die ik niet voorspeld had. In mijn enigszins gekleurde ogen eigenlijk ook niet verdiend is. Gezien het spelbeeld had ik een gelijkspel meer op zijn plaats gevonden en hadden de strafschoppen maar moeten bepalen wie naar de finale zou mogen gaan. Maar ja, wie ben ik? Het is voetbal en de bal kan alle kanten oprollen.

    Op terugweg rij ik langs Otje van Potje en ben ik blij dat vrouwlief ook niet geslaagd is. Ik had niet kunnen verkroppen om de komende 10 jaar op een bankstel te moeten zitten uit Rijssen…

    “Roderick”